Patiënten komen in het ziekenhuis als ze zorg nodig hebben die bijvoorbeeld een huisarts, tandarts of fysiotherapeut niet (meer) kan bieden. Ze kunnen dan terecht in een ziekenhuis op een polikliniek, een verpleegafdeling of op de afdeling Spoedeisende Hulp. 

Er zijn drie soorten ziekenhuizen:

  • Algemeen ziekenhuis: het meest voorkomende ziekenhuis, waar alle soorten patiënten en aandoeningen worden behandeld.
  • Academisch ziekenhuis: dit soort ziekenhuis is verbonden aan de universiteit. Er worden zeldzamere ziektes behandeld en meer onderzoek gedaan. 
  • Specialistisch ziekenhuis: bijvoorbeeld een kinderziekenhuis, oogziekenhuis of kankercentrum.

Intensief contact

In een ziekenhuis bied je dag en nacht zorg: werktijden in de weekenden en avonduren zijn heel gebruikelijk. Patiënten liggen bijna nooit lang in het ziekenhuis. Meer dan de helft van de behandelingen vindt plaats via dagbehandeling of op de polikliniek. Mensen gaan na hun behandeling weer naar huis of naar een andere instelling. Als je in een ziekenhuis werkt, zie je dus veel verschillende mensen komen en gaan. Een ziekenhuisopname is vaak een emotionele ervaring voor mensen, waardoor je als zorgverlener intensief contact met hen hebt.

Ieder zijn taak

Patiënten willen graag een schone kamer, hebben eten en medicijnen nodig om aan te sterken en kunnen op verschillende manieren onderzocht en behandeld worden. Natuurlijk hebben ze ook verzorging en verpleging nodig. Genoeg te doen dus in een ziekenhuis! Als medewerker heb je zo heel veel verschillende collega’s waar je dagelijks mee samenwerkt of omgaat.